fbpx
Over lekkend ruggenmerg en een roestige fiets; verhalen uit de cranio praktijk - De Brug - Cranio Sacraal Therapie
16445
post-template-default,single,single-post,postid-16445,single-format-standard,cookies-not-set,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode-title-hidden,side_area_uncovered_from_content,qode-theme-ver-7.6.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

18 okt Over lekkend ruggenmerg en een roestige fiets; verhalen uit de cranio praktijk

“En, zie je al iets? “ informeert Eveline nieuwsgierig. “Ja, ik zie een grote gele zon boven je hoofd, ongeveer zo groot als een skippybal”. Ik hou mijn handen boven haar hoofd en voel me blij. Ik ben op een cursus voor energetische therapie waar we energieën leren voelen bij onszelf en bij anderen.
“Wat fijn dat je het ziet, ik zie jouw zon ook!”. Samen gaan we verder en opeens valt me iets in: “Volgens mij moet ik jou behandelen, heb jij zin om een keer een Cranio Sacraal behandeling te ondergaan? Ik ben nog student en heb cliënten nodig om ervaring op te doen”, leg ik uit.
“Heel graag!”. Eveline is enthousiast en zo belandt zij in mijn praktijk. Jaren geleden, toen ik nog student was, ronselde ik overal mijn vrijwilligers om aan mijn lijst van behandelde cliënten te komen.

Ze ligt op mijn massagebank en ik sta aan het voeteneind. “Wat ga je nu doen?” vraagt Eveline nieuwsgierig. “Ik ga het ritme voelen waarin je voeten bewegen, dan weet ik of ze gelijktijdig naar links en rechts bewegen, hoever naar links en rechts en of er niet eentje niet meedoet. Ook kijk ik of je symmetrisch ligt en ik voel of er ergens in je lichaam een plek is die extra aandacht vraagt”…. Het ritme trekt mijn aandacht. Ik voel bijna niets. Net alsof haar voeten wel willen bewegen maar het niet kunnen. Alsof het ritme een roestige fiets is met een ketting die kraakt en knarst door uitdroging en verwaarlozing en die je al van ver hoort aankomen. Dit is niet best besef ik, maar vertel dit niet aan Eveline. Eerst maar eens afwachten wat de behandeling doet.

Voor de behandeling vul ik samen met Eveline het anamnese formulier in en vraag haar hoe ze zich voelt. “Algehele malaise, ik voel me moe, heb nergens zin in, kan mij niet concentreren en maar een half uurtje achter elkaar lezen”. Haar gezicht staat verdrietig. “Hoe is dat gekomen?” nodig ik haar uit. “Ik ben geopereerd en kreeg als verdoving een ruggenprik. Mijn dochter heeft me thuis gebracht en ging s ’middags weer naar huis terug . Ik voelde me echter steeds beroerder en werd duizelig en kreeg ontzettende hoofdpijn. Mijn broek werd nat en het leek net alsof ik in mijn broek had geplast, wat ik niet had gedaan natuurlijk!”. Ze kijkt me verontwaardigd aan. “Ik heb na een paar uur mijn dochter weer gebeld en in het ziekenhuis bleek dat er een gat in mijn ruggenmerg zat, het vocht liep er zo uit. Toen moest ik een week plat liggen, op mijn rug”. Ik kijk haar vol afgrijzen aan. “Dat hielp niet”, gaat ze verder, “dus hebben ze me een infuus gegeven van mijn eigen bloed om het gat te dichten” . “Maar hoe hebben ze dan dit gat gevonden?” kan ik nog net uitbrengen. “De dokter heeft met een naald geprikt net zo lang totdat ie bij het gat was, zonder verdoving anders voel je het niet”.

Ik sta weer aan het voeteneind en Eveline ligt rozig en tevreden op mijn bank. Ik ben klaar met de behandeling en voel het ritme. Het gaat vloeiend en gelijkmatig! Wat een spectaculair verschil. Nog nooit heb ik zoveel verbetering gevoeld. Op de volgende cursusavond krijgt Eveline veel complimentjes dat ze er zo goed uitziet. Ze voelt zich een stuk beter en kan weer lekker lezen.